Er was een tijd dat wachten gewoon wachten was. Je stond bij de bushalte en staarde wat voor je uit, of je zat in de wachtkamer van de tandarts de Viva van drie jaar geleden door te bladeren. Die momenten van absolute stilstand zijn volledig uitgestorven. Tegenwoordig vult ieder vrij moment zich direct met een scherm. Zodra de hersenen ook maar twee seconden geen prikkels krijgen, gaat de hand automatisch naar de broekzak. Het is een reflex geworden waar Pavlov jaloers op zou zijn. We zijn collectief doodsbang geworden voor onze eigen gedachten.
Het internet is veranderd van een bibliotheek waar je iets opzoekt, naar een kermis die nooit sluit. De stroom aan content is oneindig. Waar je vroeger blij was met een grappig filmpje dat iemand per e-mail doorstuurde, scroll je nu in een uur door honderden video's heen. De aandachtsspanne is gekrompen tot die van een goudvis met haast. Als iets niet binnen twee seconden boeit, swipen we verder. Contentmakers moeten zich in allerlei bochten wringen om die aandacht maar vast te houden. Het resultaat is een online wereld die steeds schreeuweriger en sneller wordt.
De jacht op dopamine
De grote techbedrijven begrijpen precies hoe het menselijk brein werkt. Ze weten dat onvoorspelbare beloningen het meest verslavend werken. Elke keer dat je een app opent, is het een verrassing wat je krijgt. Is het een like? Een nieuw bericht? Een grappige video? Die onzekerheid zorgt voor een klein stootje dopamine. Het systeem is zo ingericht dat je altijd méér wilt. Het is niet voor niets dat de bedenkers van de 'infinite scroll' (het oneindig naar beneden kunnen blijven scrollen) spijt hebben betuigd van hun uitvinding. Het heeft de mensheid veranderd in een soort zombies die naar blauw licht staren.
Deze mechanismen zie je overal terug. Games zijn zo ontworpen dat je net vaak genoeg wint om door te willen spelen, maar vaak genoeg verliest om het uitdagend te houden. Ook in de wereld van online entertainment wordt handig gebruikgemaakt van deze psychologie. Een platform als 711 snapt dat de moderne consument op zoek is naar snelle actie en een gelikte gebruikerservaring. Alles moet soepel werken, want bij de minste of geringste hapering is de gebruiker vertrokken naar de concurrent. De tolerantie voor slecht design of trage laadtijden is nul.
Vroeger was het internet lelijker (maar misschien leuker)
Oudere internetgebruikers denken soms met weemoed terug aan de begindagen. Websites zagen eruit alsof ze door een kleuter waren getekend in Paint, en het duurde vijf minuten om een foto te laden. Toch had dat internet een bepaalde charme die nu mist. Het was anarchistisch en onvoorspelbaar. Tegenwoordig is het web grotendeels in handen van een paar giganten die bepalen wat we zien. Alles is strakgetrokken, geoptimaliseerd en volgehangen met algoritmes die precies voorspellen wat jij leuk vindt. Die voorspelbaarheid is comfortabel, maar ook saai. Je komt zelden meer echt iets vreemds tegen, tenzij je heel diep graaft. De virale hits van nu zijn vaak geregisseerd of onderdeel van een marketingcampagne. De spontaniteit is er een beetje vanaf. Iedereen is zich bewust van de camera en iedereen probeert zichzelf te verkopen.
Plaats reactie
0 reacties