Waar cocaïnegebruik inmiddels zo’n beetje is ingeburgerd in het Nederlandse uitgaansleven en niemand daar echt meer van opkijkt, kun je nog iets doen met coke. Je kunt het rookbaar maken door cocaïne op te lossen in water en te mengen met een base (meestal natriumbicarbonaat, oftewel zuiveringszout). Dan krijg je vaste deeltjes en als je die in een pijp stopt en rookt, geeft dat een krakend geluidje. Oftewel: je hebt dan crack. Knetterverslavend, letterlijk al bij de eerste keer kan deze vorm van drugs je in zijn ban krijgen. En eenmaal hooked, dan ben je cooked.
Nu was er een ware “crack-epidemie” in de jaren ’80, vooral in Amerika, maar de krakende kristallen zijn weer helemaal terug, en zeker in Nederland. Kom je uit de stad, dan moet dat je haast wel al zijn opgevallen. Kom je uit een dorp, dan is het vermoedelijk het goedje waar je lokale junkie op dit moment mee in de weer is. Crack is namelijk serieus hard om zich heen aan het grijpen.
Jos van het KRO-NCRV-programma Pointer ging op pad en deed onderzoek naar crack in ons land. Hij sprak met gebruikers, een dealer en hulpverleners. En wat blijkt: crack is no bueno. Het is goedkoop, makkelijker verkrijgbaar dan een pak peuken en in het tempo waarmee het groeit doet het denken aan de heroïnegolf van de jaren ’80: junkies op straat, dealers die niet eens hun best doen zich te verbergen en verslaafden die maar lastig een uitweg kunnen vinden.
Plaats reactie
0 reacties