Over smaak valt natuurlijk niet te twisten. Maar bij een missverkiezing wordt dat toch een lastig verhaal, want daar worden uiteindelijk gewoon vrouwen naast elkaar gezet en kiest een jury wie er met een kroon naar huis gaat. De Britse Rebecca Afolabi heeft zo'n kroon te pakken, maar het internet vraagt zich momenteel massaal af wat de jury precies in haar heeft gezien.
Afolabi vertegenwoordigt binnenkort Groot-Brittannië tijdens Universal Woman 2026 in Cambodja. Haar officiële promotiefoto wordt momenteel volop gedeeld en zorgt voor nogal wat verbaasde reacties. Om het voorzichtig te zeggen: niet iedereen vindt Rebecca direct het type waarbij je denkt aan een internationale missverkiezing.
Internetjury denkt er anders over
Nu draait zo'n verkiezing tegenwoordig natuurlijk om meer dan alleen een knap koppie. Persoonlijkheid, presentatie, maatschappelijke betrokkenheid en uitstraling tellen allemaal mee. Alleen heeft het internet daar weinig boodschap aan. Daar wordt vooral naar de foto gekeken en vragen mensen zich af hoe Rebecca de Britse voorronde heeft weten te winnen. Maar gewonnen heeft ze wel degelijk.
Rebecca werd geboren in de Amerikaanse staat New Jersey, heeft Nigeriaanse roots en woonde een deel van haar jeugd in Nigeria. Het grootste gedeelte van haar leven bracht ze door in Londen en ze heeft de Britse nationaliteit. Daarnaast werkt ze in digitale marketing, zet ze zich via haar stichting in voor meisjes en jonge vrouwen en is ze al langer actief in het misswereldje.
Straks tussen de internationale concurrentie
Binnenkort mag Rebecca laten zien of de Britse jury het volgens de rest van de wereld bij het rechte eind had. De internationale Universal Woman-verkiezing vindt plaats in Cambodja, met de finale op 10 oktober.
Of Groot-Brittannië daar opnieuw met een kroon naar huis gaat, is afwachten. Maar één ding is al gelukt: Rebecca heeft nog voordat de internationale verkiezing begonnen is meer aandacht dan ze waarschijnlijk ooit met een doorsnee promotiefoto had gekregen. Oordeel verder lekker zelf.
Plaats reactie
0 reacties