Afgelopen weekend stond in Las Vegas een stevig potje boksen op het programma tussen Andy Hiraoka en Gary Antuanne Russell. Op papier een technisch gevecht om de WBA-titel in het superlichtgewicht, maar uiteindelijk ging het na afloop vooral over één moment: een low blow en de bijbehorende puntaftrek. En dat ene puntje bleek geen detail.
Russell begon scherp. Snel voetenwerk, strakke jab, combinaties die precies landden. In de eerste rondes had Hiraoka zichtbaar moeite om het tempo te volgen. Geen knockdowns, geen spektakel à la YouTube-knokpartij, maar wel hoogstaand technisch boksen.
Hiraoka kwam gaandeweg beter in de wedstrijd. Meer druk, meer durf, iets meer risico. Het werd wat grimmiger. En precies daar ging het mis.
In een van de middenrondes belandde een stoot van Hiraoka duidelijk te laag. Veel te laag. De scheidsrechter twijfelde niet en trok direct een punt af. Geen discussie mogelijk, meteen min één.
En dan krijg je de vraag… was het bewust? Was het écht zo laag? Of zat er ook een beetje ‘thuisvoordeel’ in de beslissing? Feit is: in een titelgevecht waarin de rondes relatief dicht bij elkaar lagen, kan één punt het verschil maken tussen winnen en verliezen. En dat deed het dus ook.
Na twaalf rondes ging de overwinning via unanieme beslissing naar Russell. Geen knock-outs, geen knockdowns, maar wel controle en net iets meer overtuiging op de scorecards.
Toch bleef die low blow hangen. Want stel dat dat punt niet was afgetrokken? Dan had het gevecht er op papier ineens een stuk spannender uitgezien.
Voor Russell: titel behouden, status verstevigd, op naar andere, grotere namen in de divisie, inclusief de bijbehorende dikke paydays.
Voor Hiraoka: een zure nasmaak. Niet weggeslagen, niet overklast, maar uiteindelijk wel afgerekend op een moment van onhandigheid of pech, afhankelijk van wie je het vraagt.
Lees het artikel op de mobiele website