In de basis is Pasen een christelijk feestje. Het draait om de wederopstanding van Jezus Christus. Volgens het verhaal werd hij gekruisigd op Goede Vrijdag en stond hij drie dagen later weer op uit de dood. En dát moment, die comeback story, wordt gevierd met Pasen. Beetje de OG “ben ik weer”-move, maar dan op bijbels niveau.
Maar ja, daar blijft het natuurlijk niet bij. Want ergens onderweg hebben we er ook paashazen, eieren en chocoladefestijnen bij verzonnen. Die komen eigenlijk uit oudere, heidense lentefeesten. Denk: nieuw leven, vruchtbaarheid, de winter is voorbij, tijd om weer een beetje los te gaan. Het ei staat symbool voor nieuw leven en die paashaas… tja, die is gewoon goed in voortplanten, dus dat verhaal klopt ook als een bus.
Dus wat je tegenwoordig krijgt, is een mix van alles: een religieuze betekenis voor wie daarin gelooft, en voor de rest vooral een excuus om op tijd aan tafel te gaan en zoveel mogelijk varianten van ei naar binnen te werken.
Al is er sinds dit jaar ook de methode-Cas. Dat is nog vóór het paasontbijt je moeder op de kast jagen en jezelf alvast een buzz bezorgen voordat er ook maar een eitje getikt is. Nice. Moeten we erin houden, deze. Via.
Lees het artikel op de mobiele website