OOPArts, deel 4: dissidenten en debunkers
Zoals we reeds zagen blijven OOPArts lastige objecten voor wetenschappers omdat het bestaan van deze artefacten morrelt aan bestaande dogma’s en opvattingen in de verschillende wetenschappelijke en historische disciplines. Wanneer een OOPArt echt blijkt te zijn, zal dit getoetst moeten worden aan de bestaande theorie. Moderne objecten die gevonden worden in millennia-oude (of zelfs miljoenen jaren oude) geologische lagen of gesteenten, lijken tegen alle bestaande opvattingen in te gaan. Een treffend voorbeeld van tegenstrijdige historische tijdsindeling is het bestaan van de kolossale negroïde hoofden van de Olmeken (terwijl men ervan uitgaat dat de eerste Afrikanen pas tijdens de slavernij in Midden-Amerika terecht kwamen). Al deze ontdekkingen lijken keihard in het gezicht te lachen van de gevestigde wetenschap. We hebben enerzijds al moeten concluderen dat onze kennis over de vorming (en de duur van die vorming) van gesteenten niet geheel correct is en dat we derhalve moeilijk waterdichte leeftijdsbepalingen kunnen uitvoeren. Iedere uitzonderlijke ontdekking negeren of belachelijk maken geeft geen blijk van drang naar wetenschappelijke vorsing. Dissidente onderzoekers als Graham Hancock, Robert Bauval en Charles Hapgood hebben dit aan den lijve mogen ondervinden.
Graham Hancock maakt het zichzelf niet makkelijk. De man is geen gestudeerd archeoloog of historicus -een gegeven waarop zijn (gestudeerde) tegenstanders hem keer op keer afrekenen- maar brengt toch telkens de meest gedurfde en revolutionaire theorieën voor het voetlicht. Hij baseert veel van zijn theorieën op archeologische ontdekkingen die tegenstrijdigheden vertonen of gaten die de wetenschappelijke goegemeente laat liggen omdat ze er geen verklaring voor kunnen vinden. Los van wat je van zijn denkbeelden en theorieën vindt, is het een man die durft anders te denken door van de platgetrede paden te gaan en daarmee zijn nek uitsteekt. Tegelijkertijd leggen zijn controversiële schrijfselen hem geen windeieren, want zijn boeken doen het zeer goed in de verkoop. En hoewel je je vraagtekens kunt stellen bij het niveau van zijn wetenschappelijke benadering is het ook iemand die de weg enigszins effent voor dissidente (gestudeerde) wetenschappers die buiten het geijkte paradigma willen treden.
Een mooi voorbeeld van poging tot karaktermoord op deze vrijbuiter is zijn theorie omtrent de pyramides en de Sfinx van Gizeh en de BBC-documentaire die erover gemaakt werd. Samen met Robert Bauval ontwikkelde hij de theorie dat de layout van de pyramides op Gizeh direct verband hield met de constellatie van Orion. Verder relateerde hij de Sfinx aan het sterrenbeeld Leo en het geheel met de pyramides en de Nijl zou een weergave van de Melkweg zijn. Hij claimde ook nog dat de Egyptenaren op de hoogte waren van precessie en deze ook nog feilloos wisten te berekenen (aangenomen wordt dat de beginselen precessie pas in de tweede eeuw v. Chr. werd ontdekt door Hipparchus om pas in de 16e eeuw door Copernicus wetenschappelijk werd vastgesteld). Tenslotte verklaarde Hancock ook nog dat de Sfinx ook veel ouder was dan werd aangenomen, wat de hele tijdsdatering van de Oude Egyptenaren op de schop gooit. Dat viel uiteraard niet lekker bij de heren Egyptologen.
In een documentaire van BBC Horizon werden de claims van Hancock en Bauval aan de kaak gesteld en hierbij werden de twee onderzoekers niet fair behandeld. Hun tegenwerpingen op de argumenten van hun tegenstanders werden niet getoond en in het algemeen kwam het erop neer dat ze belachelijk gemaakt werden. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Hancock niet altijd even zeker overkwam in deze documentaire, maar dat zou te maken kunnen hebben met hoe het programma geredigeerd was. Na het verschijnen van de documentaire heeft Hancock de stellingname van BBC Horizon aangevochten bij de Broadcasting Standards Commission omdat hij vond dat hij en Bauval niet correct en objectief behandeld waren. Uiteindelijk zijn ze in het gelijk gesteld en de BBC moest haar verhaal rectificeren en de documentaire opnieuw uitzenden met de rectificaties en het verweer van Hancock en Bauval erin. Een aardig succes voor de alternatieve wetenschap, maar wel een tekenend voorbeeld hoe andersdenkenden worden behandeld door het establishment.
Hoewel dit soort dissidente onderzoekers misschien niet altijd even wetenschappelijk te werk lijken te gaan en soms de makkelijke weg kiezen voor hun controversiële theorieën, hebben ze wel een belangrijke methodiek in de het historisch onderzoek geïntroduceerd. Ze richten zich op het samenbrengen van verschillende onderzoeksdisciplines zoals archeologie, geologie, botanie, (historische) meteorologie, antropologie en astronomie om zo tot een breder kader te komen teneinde bepaalde zaken te verklaren. Juist die samenwerking tussen verschillende disciplines heeft geleid tot verhelderende inzichten en gedegen theorieën; iets wat in de oude hokjesgeest van de verschillende disciplines tot voor kort niet gedaan werd. In dit geval spelen OOPArts en alternatieve opvattingen een cruciale rol in het verder onderzoeken van onze historie en het toetsen van de wetenschappelijke dogma’s.
Verwante artikelen:
OOPArts, deel 1: onbekend en onbemind
OOPArts, deel 2: verloren wetenschap
OOPArts, deel 3: buitenaardse schedels en astronauten







waar blijft bla bla shit spitt?