Absurd maar waar: deel 1
Hét argument tegen een complottheorie is ‘dat is te debiel om waar te kunnen zijn’. Vaak klopt het ook. Wat dacht je van déze: tijdens de Koude Oorlog zouden West-Europese regeringen gigantische hoeveelheiden ultrageheime bankbiljetten hebben laten drukken. En die bewaarden ze in even ultrageheime onderaardse bunkers. Want, zo luidde de theorie: bij oorlog konden ze dan de economie in het land met die vloedgolf aan bankbiljetten ontwrichten. Yeah, right.
Dus wel. Zo hadden onze oosterburen de Bundeskassenschein: bankbiljetten die op Monopoly-geld leken. Waarvoor ze precies bedoeld waren, is nog steeds niet opgehelderd. Het voorkomen van hyperinflatie in oorlogstijd of het in de greep houden van de economie? Hoe dan ook: niemand mocht van het plan weten en een deel van de biljetten is ook nu nog geheim (of intussen vernietigd). En ze lagen opgeslagen in een ondergrondse bunker bij het toeristenstadje Cochem. De bunker bestaat nog, maar is intussen verlaten. De ingang van die bunker is trouwens ook leuk: die zit verstopt in een doodgewoon rijtjeshuis, in een doodgewone straat, in de al even doodgewone woonbuurt Cochem-Cond.







Cochem, daar ben ik 3 weken geleden nog op vakantie geweest ...