Vol goede moed vertrokken op weg naar het Italiaanse Toscane. Aan Duitsland lijkt geen eind te komen, nooit afgevraagd waarom ze dit land niet in tweeën gesplitst hebben, maar het was zo. Onder weg volverwachting over de alpen had eigenlijk al verwacht om bij Freiburg de +3K reuzen te zien opdoemen, maar niets is minder waar, tot in Zwitserland lijk je gevolgd te worden door een soort veluwe achtig gebeid. Ergens ver in Zwitserland doemen pas de +3K reuzen op, een grote sof, vooral omdat je eronderdoor gaat. Overnacht aan een mooi meer in Zwitserland, een leuk stadje met grote Italiaanse intenties, ze willen er zelfs ze praten. Komt vast door het gebrek aan eigen identiteit. Waar je ook een gebrek aan een eigen identiteit aan bemerkt bij de Zwitsers is hun grote kunstzinnige uiting. Of GROOT….,, nou ja, iedereen heeft zijn voorportaal als atelier ingericht in de hoop iemand te zijn. Je snapt ineens weer waar je marjolein bastinnnetjes en mevrouwtjes brinkmannetjes aan het schilderen zijn geslagen. De volgende dag vol goede moed verder getrokken, zo lang als het gespannen wachten op de +3K reuzen duurde, zo snel ben je er ook weer vanaf. Ineens sta je op een verdorde vlakte en lopen er allemaal homos rond. Italië dus. Het land uit zich door het uiterlijk aan te nemen van één grote vuilnisbak, niet in- of uitvoegen en je wordt ineens heel bang dat alles wat je rond om je ziet en de wegen waarop je rijdt met europeesche subsidies zijn betaalt (ons geld dus). Na nog een paar uur vertoeven in een straten patroon dat we zelfs de friezen niet gunnen aangekomen bij de camping. Vol goede moed op de receptie afgestapt om met een allerfraaist Boenâsera mezelf welkom te heten, maar helaas was de receptioniste me voor en met een goedemiddag, welkom, ik zal mmmhark ff roepen werdt ik welkom geheten. Mits ik niet in mijn jeugd had gewisseld zouden nu al mijn tanden uit mijn bek gevallen zijn. Ik rij verdomme 1400 Km om te kloten met een vreemde taal. Om me vooral NIET verstaanbaar te kunnen maken. Kortom een gezellige Nederlandse enclave in het hartje van Toscane. Over de camping verder nix dan goeds, de plasticblokhut was voorzien van een prima werkende airco, zwembad, geen auto’s op het terrein en een terras waar ik ze me goed liet smaken. De volgende dag maar besloten om een dagje te chillen bij het zwembad, de luchten waren diepblauw en de zon heftig. Het zonnetje was behoorlijk heftig, en ik heb wel een baan, dus niet zoveel tijd om voor te bruinen. Aan het eind van de dag zag ik er dus ook uit als zo’n roze/witte liga koek. Na een paar daagjes cappuccino en coronaatjes slammen was de dag gekomen dat er iets aan cultuur gedaan moest worden, dus op naar pisa. Dat was nog ff zoeken dus..want echt logisch ligt die toren niet. Op weg naar de toren nog wel een paar hongernegers tegengekomen en voor een zeer scherpe prijs een echte versace zonnebril gekocht… voor een tientje koop je er ook geeneen bij de blokker. Dus hij blij en ik blij. Aangekomen bij de toren van Pisa bleek dit een echte sof te zijn. Die toren is echt als een Italiaanse vent… ‘glimmen van het vet (haarcrème) en hij gaat minder ver omhoog als ze je laten geloven”. … dat die toren scheef staat is trouwens hun eigen stomme rotschuld, een km verderop staan hoge bergen maar die gladjakkers dachten dat die toren wel rechtop in het moeras bleef staan. Jammer, niet dus.
Na dit heerlijke culturele vermaak was de tijd aangebroken om weer eens een paar dagen van de zon te genieten, daar hebben ze de zelfde zon als hier, alleen voelt íe anders. Goed, gelukkig voel je na een paar coronaatjes de pijn niet meer zo. Daarna me maar eens laten afzetten in Florence. Het doel was om De Geboorte van Venus (Botticelli) te zien, helaas stonden er voor twee uur aan Aziaten voor de poort te wachten dus dat ging niet door. Het schilderij komt nog wel, daar ga ik voor sparen. (donaties zijn altijd mogelijk). Om deze teleurstelling te vergeten, maar een ijsje gaan halen. Echt ik heb het lekkerste, lekkerste, allerlekkerste ijs ooit gegeten. Jezus, wat was dat ijsje lekker. Heerlijk gewoon, zulk lekker ijs heb ik nog nooit geproefd. De ijscoboer stond ook te glimlachten toen ‘ie de ijsjes opschepte, maar ja, hij wist wat ik moest betalen. Daarna in een echt prachtig paleis geweest, tering was een trappen, niet zo gek dat dit adellijke geslacht was uitgestorven. Na zoveel trappen heb je niet echt meer zijn om je te vermenigvuldigen. Maar het was er gelukkig koeler als buiten. Na het kasteel op een prachtig plein uitgekomen, gigantische wit marmeren beelden van mannelijke helden, vrouwen die verkracht worden, moord en doodslag….. echt een stukje cultuur om trots op te zijn. Na deze bezichtiging maar eens wat aan de hongerklop doen, op het grote mooie plein zit een mooi terras. Als zuinige Nederlander toch maar eerst op de kaart kijken. Een jolige kaal glimmende ober kwam vagen of ik wilde eten. Een klein hapje vertelde ik hem. En dat had ‘ie. Tosti’s voor 4 eurooos, broodjes tonijn voor 4 en een half, salades voor 4 tot 6 euro. Werkelijk dat was niet teveel voor zo’n toplocatie, dus hier moest het gebeuren. En echt heerlijk gegeten en gedronken. Tot er weer gestapt moest worden. na het overhandigen van de rekening meende ik dat er een misverstand moest zijn, maar nee hoor, een cola koste echt ZESENEENHALVE euro. De gladde hufter, drankprijzen had ‘ie niet op die kaart bij de ingang staan. Dit was ook het moment dat voor de rest van mijn vakantie Erik Mesie in mijn hoofd bleef zingen dat “hij ooit nog eens iets moest stelen van een Italiaan”. Goed het imponerende culturele bombardement bleef maar doorgaan en moegestreden in een koets gaan zitten. Hoewel ik een echte billenman ben, was dit uitzicht ronduit smerig, gelukkig komt aan alles een eind.
