Er was een overstroming en een schorpioen zat vast op een eilandje midden in de overstroming.Er was voor de schorpioen geen mogelijkheid om het wassende water te ontsnappen.Hij had dus dringend redding nodig en liefst vlug ook. Terwijl hij zocht naar mogelijkheden om te ontsnappen, zwom er een kikker voorbij. “He, kikker”, riep de schorpioen,"zou je mij kunnen helpen om naar het vaste land te kunnen komen?” “Jou helpen? Hoe zou ik dat moeten doen?”,riep de kikker terug? “Nou, zei de schorpioen,"dat is redelijk makkelijk. Zwem hierheen en ik klim op je rug. Jij zwemt dan naar de overkant en ik ben veilig.” “Ja,ja”, riep de kikker terug,"Ik ken jouw soort, Jij zal mij steken!” “Ben je gek”, antwoordde de schorpioen,"dan zouden wij immers allebei omkomen. Jij door mijn steek en ik zal verdrinken, want ik kan helemaal niet zwemmen.” De kikker moest hierover even nadenken en stemde toen toe. Hij zwom naar het eiland en de schorpioen klom op zijn rug. Juist toen de kikker in het midden van het water was, stak de schorpioen de kikker in de rug. De kikker voelde een verschrikkelijke pijn in zijn rug en hij voelde hoe zijn energie uit zijn lichaam stroomde. De kikker wist dat hij doodging. “Waarom deed je dat nou, schorpioen? Nu gaan we allebei dood”. “Tja”, zei de schorpioen,"dat is nu eenmaal mijn aard.”.