Het is weer veel te laat en ik kan je niet uit mn hoofd zetten. Even schrijven....Maandag was zo geweldig, van het moment dat ik je hoorde, het bootje in Holysloot, het eten in Broek, zelfs de koffie in t truckerscafe op sloterdijk. Heerlijke man, ik ben helemaal van jou.
Je mailtje trok me weg van mn werk. Je had helemaal gelijk het was veel te mooi weer om te werken. Ik ben toch mijn eigen chef, en ik maak uren zat. Vijf minuten later was ik weg.
Even later zit ik in de trein naar je toe en maak ik me zorgen over mn haar en dat ik niet de kleren aan heb die je zo graag ziet, geen rokje.
Je belt nog een keer, ik moet een picknick kopen en een handdoek als ik op Sloterdijk aankom. Jij zal wat later zijn. Je sms-t, je verlangt. Ik ondertussen ook, het lijkt maanden terug dat ik je zag. Ik overwin zelfs mijn weerzin tegen de trein-wc om toch nog even mn haar te doen, ik lijk wel een puber.
Op Sloterdijk zijn we tegelijkertijd, ik loop t Orly-plein over naar links en zie je auto staan. Ik voel dat ik onzeker lach. Je bent pissig geweest dat ik vorige week geen tijd voor je maakte, maar je lacht.
Als ik je kus voelt het of je jaren weggeweest bent, en tegelijkertijd of ik vanmorgen naast je wakker werd. Het is allemaal zo vertrouwd en na al die jaren iedere keer weer nieuw. In plaats van de picknick boodschappen rijd je trefzeker de ring op. Bij een vage afslag ga je er af en na twee honderd meter rijden we in een andere wereld, Waterland.Ondertussen valt vooral de rust op. We zagen elkaar zeven weken niet, en er is heel veel gebeurd in die tijd maar het is zo kalm. Er is rust, bij jou en bij mij. We praten en bij iedere zin voel ik me dichter bij je. je hand vindt de mijne als we over de slingerende lage dijkjes bij Ransdorp rijden.
We gaan naar Holysloot, je wilt een bootje huren. Het weer is hier veel mooier dan het in Den Haag was. Nee, ik heb geen zwemspullen bij me. “Maakt ook niet uit, er is toch verder niemand”, reageer je.
In Ransdorp staat een rijdende winkel waar we veel te veel lekkere dingen kopen. Een kwartier later roei je me over het Holysloter Die naar het zuiden.
We zoenden al bij de begroeting, en ook in de auto. Maar nu, met niemand om ons heen, alleen op het meertje, voelen we alletwee de opgekropte passie van weken loskomen. Je bent zo heerlijk. “zwemmen?” “lekker” Voor ik uitgesproken ben zijn we alletwee naakt en duiken we het water in. Je neemt me in mn armen. Mijn lijf tegen jou, mijn tietjes tegen jou. Jouw pik tegen mij. Ik geef me aan je, je neemt wat ik je geef. De zon, het water, de roeiboot dobberend achter ons. De rest van de wereld is leeg. Alleen jij en ik bestaan, en zelfs dat is er eigenlijk maar één.
