Tante Hilda
Tante Hilda zat op het Spui. Vlak naast de braintrain. De Braintrain was het Theehuis (in Den Haag heetten de koffieshops theehuis) waar ik graag kwam. Enig nadeel van de braintrain, er was alleen maar thee en koffie. Zo kwamen we bij Tante Hilda terecht.
Tante Hilda had reeds lang de pensioengerechtigde leeftijd bereikt maar runde haar cafe met ijzeren hand. Letterlijk indien nodig. Ooit zag ik haar een dronken kerel die half zo oud was als zij met een vuistslag haar kroeg uit bonjouren.
De vaste klanten van Hilda woonden boven het cafe. In ruil voor hun uitkering kregen ze te drinken en smiddags warm eten. Hilda was dus ook een pension, zoals ze na de brand van pension Vogel allemaal verdwenen uit de stad. Hilda hield de gekken van de straat en de daklozen onder dak. Want gek waren haar klanten en dakloos zeker geweest zonder Hilda.
Om 1 uur smiddags was iedereen al in een prettige alcoholroes verzonken en dat duurde de hele dag. Er kwamen 2 dwergen, ze dansten op hun allermooist om 1 vrouw. Ook dwerg met zigeunerrok en witte omslagdoek. Als ze genoeg jener dronk deden ze de tango met zn drieen. Jaap, een goedmoedige schyzofreen kreeg zo veel pillen voorgeschreven van de dokter dat zn hond ook verslaafd raakte aan de rohypnol en librium. De ene klant kwam nog slechter uit zn woorden dan de andere, totaal onverstaanbaar konden ze minutenlang tegen je oreren. Alleen de toon verried hun verontwaardiging, maar wat die betrof kwamen we nooit te weten. De meeste klanten bedelden, 1 had een handorgeltje. Allemaal waren ze langer of korter zwervers geweest. Tot ze bij Hilda terecht kwamen.
Toen 1 van de klanten eens een dame aan de haak sloeg wist hij niet beter dan met haar af te spreken bij Hilda.
Sommige vaste klanten waren speciaal van hun bedelplekje teruggekomen om maar niets van het spektakel te missen. Hilda had de goede man sochtends zn bed uit geramd voor een extra bezoekje aan het leger des Heils. En inderdaad, een paars jasje uit de jaren zestig met gouden stiksel. Een te korte grijze streepjes broek en zo waar een paar nieuwe spierwitte linnen gymschoenen. Hilda duwde nog een roze chrysant in zn knoopsgat. Iedereen was het er over eens, hij zag er prachtig uit. Een HEER stond daar. De beste man was zo nerveus dat ie in het uur dat ik de voorbereidingen volgde zeker acht borrels naar binnen werkte. Er kwam geen zinnig woord meer uit.
Daar kwam zij, een dame in zwarte legging. Anderhalve kop groter dan hij en drie keer zo zwaar. Een wit tshirt met een tijger er op gedrukt. Een rood leren jasje. Ik kan niet beschrijven hoe ontzettend pijn aan de ogen haar uitmonstering deed. Haar make up moet zeker 200 gram gewogen hebben. Hilda deed niet eens haar best haar ontzetting over de dame te verbergen. Luidkeels werd er commentaar geleverd op “die hoer”
En daar zaten wij, stoned van de afghaanse hasj, een paar vroege biertjes er overheen. Een mooier schouwspel zag ik zelden. Iedereen volgde ademloos het gevlei en versier aan het andere eind van de bar. Toen gingen ze tongen, echt half uit de bek, anders kan ik het niet noemen, er ging gejoel op en goedkeurende aanmoedigingen. Wij konden een lachstuip tenauwernood vermijden maar hadden een strakke grijns die voor mn gevoel dagen aanhield en die ik nog op mn gezicht krijg als ik er aan terug denk.
Het schouwspel dat uren geduurd had kwam ten einde toen ze opstonden en naar boven wilden gaan. De vaste klanten joelden. Maar tante hilda gooide roet in het eten. Ze waren niet getrouwd en ze dreef tenslotte geen hoerenkast. Geen discussie. De vrouw droop af, de man bleef achter en kreeg nog een extra borreltje van Hilda. Zn vrienden beurden hem op:Het is beter zo, die vrouw was alleen op je geld uit.
