Laatst kwam ik Jan de Bakker tegen
op een strooien bruggetje.
Pijp in zijn mond, broek vol stront.
Jan dacht dat er kermis was maar de kermis wou niet duren.
Toen ging hij naar de buren maar de buren waren niet thuis.
Toen ging hij naar zijn huis, maar zijn huis die was gesloten.
Dus ging hij naar de boten maar de boten waren toe.
Toen ging hij naar de koe, de koe die wou hem slaan.
Toen ging hij naar de baan maar de baan die was zo glad.
Toen viel hij op zijn gat en zijn gat die deed zo zeer.
Toen vond hij een lekkere peer maar de peer die was verrot.
Toen moest hij op de pot maar de pot die was zo heet.
Toen verbrandde hij zijn.....
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
neus!
