Daar staan ze dan, vader en moeder en een jongetje van een jaar of vier. Gezellig samen naar de huisarts. Een familie die ver weg is van huis, da’s overduidelijk te zien. Moeders is nauwelijks herkenbaar, een vormeloze hoop doeken met, naar waar ik vermoed, op ooghoogte een kanten spleetje. Vader is gekleed in een witte broek en een soort van bruine nachtjapon.
Het jongetje speelt met een leeftijdsgenootje en bouwt een toren van mooi gekleurde blokken.
De conversatie tussen, naar ik maar aanneem, de beide echtgenoten, is onverstaanbaar, maar wel luid. Uit de berg doeken komt een hoop gemompel en gekuch. Weer een voordeel van de burka? De man staat op en loopt naar het loket.
In gebrekkig engels probeert de vader van de drie een onderhoud te hebben met de doktersassistente die, van de weeromstuit, geen poging doet de man te verstaan.
Er zit geen enkel schot in de zaak. De man komt gefrustreerd naast mij zitten en probeert mij voor het spreekwoordelijke karretje te spannen. Do you speak english? Vraagt hij hoopvol.
Ofcourse i do, antwoord ik. In rasse woorden, doorspekt met een voor mij onherkenbaar accent, poogt de man mij uit te leggen dat zijn vrouw the flue heeft en dat hij dringend een dokter wil zien en of ik dat even aan de assistente, die inmiddels een beetje argwanend zit op te letten, wil doorgeven. Met een stalen gezicht loop ik naar de assistente en kijk haar lieflijk aan. Ze is wel hartstikke mooi. Blond, met een zwart fluwelen lintje in haar haar.
Haar pronte borsten steken parmantig boven het werkblad van het bureau uit. Haar handen blijven stil boven het tot dusver razend drukke toetsenbord hangen.
Ze kijkt me aan, trekt haar linkerwenkbrauw omhoog en vraagt;”wat kan ik voor u doen.?”
Ik kijk de meneer van Afghaanse origine aan, de man knikt hoopvol en ik zeg tegen de assistente in het engels:’His wife has the flue, she wants to see a physician.”
Al knikkend kijkt de afghaan haar hoopvol aan. De assistente kijkt somber en zegt tegen haar net zo lieflijke collega:’ik versta echt geen engels.”
Ik kijk de afghaan aan, en herhaal in het engels wat de assistente zei. De afghaan kijkt me aan, beteuterd en gezamenlijk druipen ze af.
Ik ga in de wachtkamer zitten en zit van binnen te gniffelen. Tot ik door de assistente wordt geroepen. Ze kijkt me aan, haar prachtige blauwe ogen priemen doordringend in de mijne.
Plotseling begint haar gezicht te stralen, en verschijnt een prachtige lach. Eikel, sist ze me toe.
Haar gelach heeft me weer helemaal vrolijk gemaakt.