Voordat ik het in de gaten heb struikel ik en val met een enorme vaart in de ijskoude sneeuw, waarbij ik ongelukkig terecht komt op een afgebroken tak. De punt van de tak boort zich als een vlijmscherp mes in het vlees van mijn linkerarm en raakt een slagader. Van een van mijn sokken maak ik een tourniquet, en bind ik mijn arm zo strak af dat het bloeden stopt.
Even kom ik op adem en hoor ik het gehuil van de honden, dat steeds dichterbij lijkt te komen. Mijn ademhaling veroorzaakt kleine wolkjes in de ijskoude lucht. Ik moet verder....
Ik sta op en vervolg half rennend mijn weg door het dichte, nevelige woud. Het lijkt vrijwel onmogelijk hier levend uit te komen maar onverzettelijk loop ik door, niet wetend wat er nog komen gaat. Het adrenalinegehalte lijkt met de minuut te stijgen, evenals mijn hartslag. De vermoeidheid begint mij parten te spelen als ik in de verte licht zie. Met vernieuwde energie ploeter ik door de sneeuw richting het licht, wat afkomstig lijkt te zijn van een brede strook waar zich geen bomen bevinden. Een geraas wordt langzaam hoorbaar. Het blijkt een woest stromende rivier te zijn. Ik moet naar de overkant en met lichte paniek kijk ik links en rechts naast me en probeer ik een overgang te vinden, maar aan beide kanten is de rivier eindeloos. Ik besef me dat ik het water nooit levend overkom met slechts mijn rechterarm die ik kan gebruiken. Daar is de stroming te sterk voor en mijn lichaam te zwak. Ik zak ineen tegen een boom en probeer de gedachte dat het allemaal voorbij is uit mijn geest te bannen.
Minutenlang denk ik na..... waarom ben ik hier........ wat heeft mij uiteindelijk hier gebracht........ De reis naar dit punt is een moeizame en lange geweest, maar toch kan ik mij bijna elke stap herinneren. Elke klim, elke val, alles staat gegrift in mijn geheugen.
Ik weiger alles tevergeefs te laten zijn en ik laat me door niets of niemand tegen houden, niemand zal me mijn vrijheid meer afnemen. Ik sta op en langzaam maar vastberaden loop ik naar de rivier. Ik houd even stil bij de oever en sluit mijn ogen. Even is het stil......
Plotseling hoor ik geluid achter me. Het gekraak van takken, alsof er iemand achter me komt staan. Ik draai me verschrikt om en kijk in de twee mooiste ogen die ik ooit gezien heb. Je reikt je rechterhand naar me uit en wenkt me mee te gaan. Voorzichtig pak ik je hand, die heerlijk warm en zacht aanvoelt en licht aarzelend loop ik met je terug. Terug het bos in......